Achtergrond: Sinds een aantal jaren is er een sterke stijging te zien van het aantal gedwongen opnamen, vooral van de rechterlijke machtigingen. Er is weinig bekend over het beslissingsproces dat voorafgaat aan het verkrijgen van een rechterlijke machtiging. Doel: Meer inzicht krijgen in de overwegingen van de onafhankelijke psychiater bij de beslissing tot het uitschrijven van een geneeskundige verklaring voor een rechterlijke machtiging. Methode: Van 862 eerste beoordelingen werd prospectief informatie verzameld over demografische en klinische patiëntkenmerken en het oordeel (toekennen, twijfel of afwijzen) van de onafhankelijke psychiater over de noodzaak tot het uitschrijven van een geneeskundige verklaring. Resultaten: Bij 9% van alle beoordelingen twijfelde de psychiater over de noodzaak, maar schreef wel een geneeskundige verklaring uit. In 3% van het aantal beoordelingen wees de psychiater de aanvraag af. Het gevaarscriterium ‘direct fysiek gevaar voor zichzelf of een ander’ hing samen met minder vaak afwijzen of twijfelen. De belangrijkste reden om een aanvraag af te wijzen was de mogelijkheid van een alternatieve behandeling. Conclusie: In de praktijk schrijft de onafhankelijke psychiater vrijwel altijd een geneeskundige verklaring uit wanneer de behandelaar een rechterlijke machtiging aanvraagt. Meer en eerder gebruik maken van mogelijkheden zoals intensieve bemoeizorg, bewindvoering of curatele ter voorkoming van gevaar zou kunnen bijdragen aan een vermindering van het aantal machtigingen.

Wet Bopz, beoordeling, beslissingsproces, rechterlijke machtiging
hdl.handle.net/1765/22875
Tijdschrift voor Psychiatrie
Erasmus MC: University Medical Center Rotterdam

de Vries, S.C, van Baars, A.W.B, & Mulder, C.L. (2009). Bijna altijd toekennen en weinig twijfel: overwegingen van onafhankelijke psychiaters tijdens de beoordeling rechterlijke machtiging. Tijdschrift voor Psychiatrie, 51(9), 641–650. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/22875