Op grond van artikel 67 Vreemdelingenwet (Vw) kan een in Nederland verblijvende vreemdeling ongewenst worden verklaard. Dit kan bijvoorbeeld wanneer hij bij herhaling strafbare feiten pleegt of door de rechter is veroordeeld voor een misdrijf dat is bedreigd met een gevangenisstraf van drie jaar of meer. Als de ongewenst verklaarde vreemdeling toch in Nederland blijft, maakt hij zich schuldig aan het strafbare feit van artikel I97 Sr. In dit artikel laten we zien dat het beleid is aangescherpt in lijn met de retoriek van de harde aanpak. We laten ook zien dat het middel van de ongewenstverklaring steeds vaker wordt toegepast, zowel bij rechtmatig verblijvende vreemdelingen als bij illegalen': Een verkenning van de handhavingspraktijk brengt echter enkele problemen aan het licht. Zo zijn bij een deel van de ongewenste vreemdelingen de problemen met het uitzetten niet opgelost, maar verschoven. Ook is er een categorie vreemdelingen die in een vicieuze cirkel terechtkomt waarbij permanente strafbaarheid op grond van artikel I97 Sr bestaat maar de persoon ook het land niet kan worden uitgezet. In dit artikel verkennen we de consequenties hiervan voor de verschillende schakels in de handhavingsketen.

hdl.handle.net/1765/23235
Delikt en Delinkwent: tijdschrift voor strafrecht
Department of Sociology

Laagland, D.C, van der Leun, J.P, & van der Meij, P.P.J. (2009). Het strafrecht als vicieus sluitstuk van het beleid ten aanzien van criminele vreemdelingen. Het sluimerende probleem van de niet-uitzetbare ongewenst verklaarde vreemdeling. Delikt en Delinkwent: tijdschrift voor strafrecht, 52(7), 697–724. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/23235