De aanleiding tot de voorliggende studie was het befaamde onderzoek van Faris en Dunham (1939) naar de ruimtelijke verdeling van psychiatrische patiënten in Chicago. De auteurs gingen uit van de ecologische traditie in de Chicago-school. Een belangrijk motief om dit type onderzoek te verrichten was, tegen de gangbare mening in dat iemands ziekte uit individuele factoren te verklaren zou zijn, de invloed van sociale factoren in de ontwikkeling van psychische stoornissen aan te tonen. De auteurs toonden aan, dat hoge opname-cijfers vooral gevonden werden in de oudste, gedesorganiseerde gebieden van Chicago, waar de onderlinge sociale controle minimaal was. Deze studie heeft veel sociaalwetenschappelijk onderzoek naar sociale invloeden op psychiatrische opname op de rails gezet. Zo ook het onderzoek in Rotterdam. Het onderzoek is uitgevoerd binnen de afdeling Preventieve en Sociale Psychiatrie, Faculteit der Geneeskunde, onder eindverantwoordelijkheid van de auteur. Hoewel het in eerste instantie verbazing kan wekken, dat een sociologisch onderzoek uitgevoerd wordt vanuit de Faculteit der Geneeskunde, is dit minder bevreemdend bij deze psychiatrischsociologische studie. De reden is in beginsel dezelfde als het vermelde motief van Faris en Dunham om hûn onderzoek te verrichten. De bovengenoemde formulering kan echter het misverstand wekken, dat een psychiatrische stoornis verklaard zou zijn, als we alle factoren -biologische, psychologische, sociale -op een rijtje zouden hebben. Deze formulering wekt nl. de indruk, dat deze factoren gelijkaardig zijn en dat derhalve dezelfde wetenschappelijke methode toegepast kan worden. Dat dit niet juist is, blijkt uit het feit, dat de experimentele methode (het gecontroleerde experiment) in de sociale wetenschappen nagenoeg niet bruikbaar is. De bijdrage van de sociologie aan de psychiatrie bestaat er o.a. in aan te tonen, dat een psychiatrische opname geen geïsoleerd 'ziekte'-verschijnsel is, maar dat opgenomen psychiatrische patiënten uit samenlevingsverbanden voortkomen; dat deze verbanden, zij het gezin, vriendengroep, buurtverband mensen beïnvloeden, en dat er in sommige gevallen sprake is van verbroken relaties. De sociologie kan aantonen, dat niet ieder even grote kans heeft psychiatrische patiënt te worden, en dat niet elke buurt evenveel psychiatrische patiënten oplevert, zoals Faris en Dunham gedemonstreerd hebben. De ruimtelijke verdeling van psychiatrische patiënten is een maatschappelijk verschijnsel, d.w.z. een verschijnsel, dat opgeroepen wordt door de manier waarop buurten worden opgebouwd of verwaarloosd en ten prooi vallen aan verkommering. De ruimtelijke verdeling van psychiatrische patiënten heeft alles te maken met de manier waarop wij samenleven.

Amsterdam, psychiatrische patienten, stadswijken
C.J.B.J. Trimbos
Erasmus University Rotterdam , Van Loghum Slaterus, Deventer
hdl.handle.net/1765/25771
Erasmus MC: University Medical Center Rotterdam

Verdonk, A.L.Th. (1979, May 2). Stadsbuurten : de ene is de andere niet : relaties tussen psychiatrische opname, andere categorieën van deviantie en kenmerken van gebieden : een sociologische studie. Van Loghum Slaterus, Deventer. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/25771