Vanaf ongeveer 1950 is in toenemende mate inzicht verkregen in de krachten, onder invloed waarvan tijdens de baring de ontsluiting van de cervix en de uitdrijving van de vrucht tot stand komt. Dit is vooral een gevolg geweest van de ontwikkeling van de methode van de meting van de intrauteriene druk door middel van een open-tip catheter (Caldeyro-Barcia en Poseiro, 1950; Eskes, 1962; Hendricks, 1964). De intra-uteriene druk geeft een goede afspiegeling van de kracht die het myometrium tijdens de contractie uitoefent. Deze contractiekracht richt zich in de eerst~ periode van de baring op de ontsluiting van de cervix. De gesloten of gedeeltelijk geopende cervix vormt een weerstand die door de uteruscontractie moet worden overwonnen. De weerstand van de cervix blijkt echter aan het einde van de zwangerschap en bij het begin van de baring te verminderen: de cervix wordt weker, verstrijkt gedeeltelijk en opent zich veelal enigszins (Anderson en Turnbull, 1969; Budinska, 1972). Over de aard en de oorzaak van deze, waarschijnlijk voornamelijk biochemische, veranderingen in de struktuur van de cervix, is zeer weinig bekend (Danforth, 1947, 1954; Danforthen Ivy, 1949; Schwarz en Woolf, 1948; Hughesdon, 1949; Lierse, 1960; Cretius et al., 1965, 1966; Anderson, 1965; Maillot en Zimmermann, 1976).

H.C.S. Wallenburg (Henk)
Erasmus University Rotterdam
hdl.handle.net/1765/26096
Erasmus MC: University Medical Center Rotterdam

Kok, F.Th.J.G.Th. (1977, June 8). Ultrasone cervimetrie : een onderzoek naar het gedrag van de cervix uteri tijdens de baring . Erasmus University Rotterdam. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/26096