Reeds in 1937 stelden McCance en Widdowson (1937) dat de zeer beperkte ijzerafgifte een karakteristiek aspect van de ijzerhuishouding van de mens is. Het sindsdien verrichte onderzoek heeft dit vele malen bevestigd. Het inzicht dat het vermogen om ijzer uit te scheiden in kwantitatieve zin zeer beperkt is, heeft ertoe geleid dat de studie van de regulatiemechanismen zich voornamelijk heeft gericht op het ijzeropnamesysteem. Verschillende regulatiemechanismen voor de ijzerabsorptie zijn geponeerd. Het bekendste mechanisme is de regulatie door middel van het in de darmmucosacellen aanwezige (apo)ferritine (mucosa blok-theorie, Granick, 1946). De ijzerhuishouding bij de mens is bijzonder storingsgevoelig. Enerzijds blijkt dit uit het veelvuldig voorkomen van ijzergebreksanemieën, anderzijds uit het regionaal voorkomen van hemochromatosen. Op grond van de gemeten ijzerverliezen van de normale man en van de normale nietzwangere vrouw, wordt de dagelijkse ijzerbehoefte van de normale man gesteld op 1 mg en die van de normale vrouw op 1, 5 mg, dus op 18 en 27 u-mol respectievelijk. Uit de verschillende studies die zijn gepubliceerd over het dagelijks voedsel-ijzer aanbod (Hall berg et al., 1970), kan worden geconcludeerd dat - althans in de westeuropese landen - in principe ruimschaats aan de gestelde eisen wordt voldaan. Gemiddeld wordt evenwel slechts 5% van het met het voedsel aangeboden ijzer door het lichaam geabsorbeerd. Op grond van deze geringe absorptie, kan worden gesteld, dat in vele gevallen de voeding - wat het ijzer betreft - marginaal tot submarginaal is.

, ,
B. Leijnse
Erasmus University Rotterdam
hdl.handle.net/1765/26285
Erasmus MC: University Medical Center Rotterdam

van Dijk, J.P. (1973, December 12). Het ijzermetabolisme van de zeelt Tinca tinca linnaeus : een vergelijkend onderzoek. Erasmus University Rotterdam. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/26285