De chirurgische behandeling van liesbreuken geniet nog steeds grote belangstelling, getuige de ongeveer zeventig publicaties die per jaar over dit onderwerp verschijnen. In onze moderne tijd met de grote vooruitgang in de hartchirurgie en de orgaantransplantaties lijkt het onbegrijpelijk, dat aan dit onderwerp nog zoveel aandacht wordt besteed. Begrijpelijker wordt dit echter, wanneer men zich realiseert dat in Nederland ongeveer 25.000 liesbreukoperaties per jaar worden verricht (Van de Wetering 1960) en dat het percentage recidieven in de literatuur varieert van 2,5 tot 30, waarbij opvalt dat de lagere percentages meestal worden verkregen bij nacontroles, die zijn verricht per circulaire. Ontevredenheid over de bereikte resultaten verklaart de voortdurende belangstelling voor dit onderwerp. Reeds in 1921 stelde Pitzman: "The size and endlessness of the stream of inguinal herniotomy technique raises the strong suspicion that sarnething is fundamenrally wrong". De stroom van nieuwe technieken of modificaties op oude technieken is echter blijven aanhouden. De laatste twee decennia is er belangrijke vooruitgang geboekt in het praktisch gebruik van de verworven anatomische kennis van het liesgebied, zodat sommige eerder geaccepteerde orthodoxe anatomische concepten moesten worden herzien, evenals sommige details van erkende technische procedures voortdurend moesten worden gemodificeerd.

chirurgie, liesbreuken
P.J. Kooreman (Peter)
Erasmus University Rotterdam
De Surinaamse Regering, Het Hippocrates Studiefonds, Sint Antonius Ziekenhuis
hdl.handle.net/1765/26547
Erasmus MC: University Medical Center Rotterdam

Hewitt, J.H. (1969, September 25). Herstel van de fascia transversalis bij directe of indirecte liesbreuken. Erasmus University Rotterdam. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/26547