Het belang van het hier te bespreken arrest is gelegen in de principiële overwegingen die de Hoge Raad wijdt aan het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid. In het onderhavige beleggingsgeschil wordt toepassing van dit leerstuk als oplossing voor causaliteitsonzekerheid afgewezen. Eén terminologische kwestie vooraf. Onder proportionele aansprakelijkheid versta ik – en wordt in de literatuur in het algemeen verstaan - de figuur die door de Hoge Raad is geïntroduceerd in het bekende arrest HR 31 maart 2006, RvdW 2006/328 (Nefalit/Karamus). Strikt genomen is van proportionele aansprakelijkheid echter geen sprake, omdat in beginsel aansprakelijkheid voor de gehele schade wordt aangenomen, die vervolgens wordt gecorrigeerd met een behulp van art. 6:101 BW (eigen schuld) pro rata de kans dat de schade is ontstaan door een andere oorzaak. Zie voor deze nuance J.S. Kortmann 2006, NJB 2006-26, p. 1404-1412....

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/30778
Journal Jurisprudentie Onderneming & Recht
Note Annotatie HR 24 december 2010, JOR 2011/154
Citation
Pijls, A.C.W. (2010). Annotatie bij HR 24 december 2010, LJN: BO1799 (Fortis/Bourgonje). Jurisprudentie Onderneming & Recht, 2011(3), 1–6. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/30778