Over de behandeling van schildklierziekten is het laatste woord nog niet gesproken. Eén van de voornaamste redenen hiervoor is, dat er nog niet voldoende bekend is over de pathofysiologie van schildklierziekten. In dit onderzoek is de chirurgische behandeling van drie schildklieraandoeningen, te weten: de ziekte van Graves, het toxisch multinodulaire struma en het euthyreotisch multinodulaire struma, bestudeerd. Aan de hand van een aantal vragen wordt in dit onderzoek hier uitvoerig op ingegaan. De concentratie van vrije schildklierhormonen in het bloed wordt éénsdeels bepaald door de schildklierfunctie en anderdeels door het perifere metabolisme van de schildklierhormonen. Factoren, zoals onder andere leeftijd, ziekte, stress, kunnen mogelijk de schildklierfunctie, maar vooral het metabolisme van de schildklierhormonen beïnvloeden. Het T4 (thyroxine of 3, 3", 5, 5', tetra-jodothyronine) wordt in de schildklier geproduceerd en dient onder meer als pro-hormoon voor T3 (3, 3', 5 tri-jodothyronine), wat biologisch het meest actieve schildklierhormoon is (hoofdstuk 2.1.1.). Van de dagelijkse hoeveelheid T3, die in het lichaam wordt geproduceerd, komt het grootste gedeelte uit de perifere omzetting (in de lichaamsweefsels buiten de schildklier) van T 4 in T3 en slechts een klein gedeelte uit de schildklier zelf (hoofdstuk 2.1.3.). Onder bepaalde omstandigheden, zoals bijvoorbeeld bij acute en chronische ziekten en bij vermagering (Schimmel en Utiger 1977), wordt minder T4 in de perifere weefsels omgezet in T3• Hierbij stijgt echter de concentratie van het biologisch inactieve 3, 3', 5", tri-jodothyronine (reverse T3, rT3) sterk. (Chopra e.a. 1975, Ka plan e.a. 1977, Visser 1978)

Graven's disease, postoperatieve period, thyroid hormones, thyroidectomy
H. van Houten , G. Hennemann (George)
Erasmus University Rotterdam
Financiële steun werd verleend door het Hippocrates Studie Fonds, door de Jan Dekker en Dr. Ludgardine Bouwman Stichting en door Hoechst Pharma.
hdl.handle.net/1765/31520
Erasmus MC: University Medical Center Rotterdam

Veen, H.F. (1980, October 15). De schildklier na strumectomie : veranderingen in serum concentraties van de biologische actieve (T4 en T3) en inactieve (rT3) schildklierhormonen in relatie tot de grootte van de schildklierrest en de schildklierreststimulatie (TSH). Erasmus University Rotterdam. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/31520