Samenvatting Belanghebbende, woonachtig in Nederland, is sporter van beroep en in dienstbetrekking bij sportclub X. In het jaar 2002 heeft belanghebbende een aantal perioden in het buitenland doorgebracht en daar wedstrijden gespeeld, waarvan enkele toegankelijk waren voor het publiek. In geschil is het antwoord op de vraag voor welk gedeelte van het basissalaris belanghebbende recht heeft op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Het standpunt van belanghebbende dat hij ook recht heeft op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor de dagen dat hij in het buitenland op trainingskamp was, wordt onder verwijzing naar HR 9 februari 2007, 40.604, NTFR 2007/304, door de rechtbank verworpen. Naar het oordeel van de rechtbank kan in het genoemde arrest niet de door belanghebbende gegeven uitleg worden begrepen. Trainingskampen staan immers niet in direct verband met een publieksoptreden, ook al zijn tijdens de trainingskampen wedstrijden gespeeld en was publiek aanwezig. Nu de inspecteur gelet op voornoemd arrest een onhoudbaar standpunt had ingenomen, ziet de rechtbank aanleiding de inspecteur te veroordelen in vergoeding van de werkelijke proceskosten van belanghebbende. Voorts dient de inspecteur, gelet op de termijnoverschrijding van de bezwaartermijn, aan belanghebbende een vergoeding voor immateriële schade te betalen.

hdl.handle.net/1765/33095
Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht
Rechtbank Breda 30 november 2011, 10/02853, LJN BV0679
Erasmus School of Law

Molenaar, D. (2011). Op dagen trainingskamp van sporter in buitenland geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht, 440(8), 1–3. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/33095