In geschil is of de activiteiten van belanghebbende als kunstenares kunnen worden aangemerkt als bron van inkomen. De rechtbank oordeelde dat de inkomsten van belanghebbende uit haar activiteiten als winst uit onderneming kunnen worden aangemerkt (NTFR 2011/2165). De inspecteur bestrijdt dit oordeel in hoger beroep. Belanghebbende stelt dat de inspecteur is gebonden aan het in het boekenonderzoek ingenomen standpunt. In het rapport van het boekenonderzoek heeft de controlerend ambtenaar het standpunt ingenomen dat sprake is van een bron van inkomen. Hij heeft hierbij geen voorbehoud gemaakt en zijn standpunt is ook niet herroepen. Het hof honoreert het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel. Het hof volgt niet de inspecteur in zijn stelling dat niet is voldaan aan een gemaakt voorbehoud. De inspecteur doelt daarbij op de verwachting dat in een later jaar een klein positief resultaat zal worden behaald. Het hof overweegt dat het behaalde kleine negatieve resultaat niet beduidend afwijkt van de verwachtingen. Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat belanghebbende is geslaagd in het bewijs dat sprake is van winst uit onderneming.

belanghebbende, winst uit onderneming
hdl.handle.net/1765/34733
Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht
Erasmus School of Law

Molenaar, D. (2012). 2012, 11/00111, (Kunstenares geniet winst uit onderneming na beroep opmerking rapport boekenonderzoek). Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht, 25(1505), 1–2. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/34733