De auteur bespreekt alle artikelen van de overwegend dwingendrechtelijke titel 1.6 BW betreffende rechten en verplichtingen van echtgenoten en vraagt zich af of het dwingendrechtelijke karakter van de meeste artikelen moet worden gehandhaafd en – indien afwijking van de wet wél mogelijk is en er dus sprake is van regelend of aanvullend recht – wat de vorm van deze afwijking moet zijn, een onderhandse dan wel een authentieke akte. Hij komt tot de conclusie dat deze titel van dwingend recht moet zijn en blijven en dat slechts twee uitzonderingen op de hoofdregel mogen worden toegelaten, te weten afwijking van de wettelijke regels betreffende de draagplicht en de fourneerplicht ter zake van kosten van de huishouding (art. 1:84 lid 3 BW) en afwijking van de wettelijke regels betreffende de leer van de economische deelgerechtigdheid (art. 1:87 lid 4, eerste volzin, BW). Wat de vorm van de afwijking betreft, kan de auteur ten aanzien van eerstgenoemde bepaling wel leven met de versoepeling tot ‘bij schriftelijke overeenkomst’, maar is hij ten aanzien van laatstgenoemde bepaling kritisch met betrekking tot de volstrekte vormloosheid van de afwijking blijkens de woorden ‘bij overeenkomst’. Hier had hij liever ‘bij huwelijkse voorwaarden’ of ten minste ‘bij schriftelijke overeenkomst’ zien staan.

persoons- en familierecht, privaatrecht
978-1-78068-076-7
hdl.handle.net/1765/34797
Authors version. Published in: A. Verbeke and W. Pintns (Eds), Confronting the frontiers of family and succession law : liber amicorum Walter Pintens, Cambridge University Press, 2012

Nuytinck, A.J.M. (2012). Rechten en plichten van echtgenoten (titel 1.6 BW): meer regelend recht?. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/34797