De lokale belastingen en de WOZ hebben al voor diverse ontwikkelingen op het gebied van het fiscaal bestuurs(proces)recht gezorgd. Te noemen zijn, niet limitatief, de WOZ-drietrapsraket op het gebied van de bewijslastverdeling, de Fierensmarge en de WOZ-regeling inzake medebelanghebbenden. In dit rijtje hoort ook de navordering zonder nieuw feit thuis (art. 18a AWR). Daarover gaat het in deze zaak. Partijen hebben - zo leerde navraag bij het Hof Amsterdam - bewust afgezien van anonimisering van de uitspraak. Het komt voor, vooral bij grote, complexe objecten, dat de heffingsambtenaar een WOZobject verkeerd afbakent. Als te veel delen in het object zijn betrokken, kan de heffingsambtenaar of de rechter conform rechtspraak (HR 27 september 2002, nr. 34927 en 34928, V-N 2002/52.30 en 52.31 en HR 8 november 2002, nr. 36941, BNB 2003/46) de beschikking wijzigen, waardoor het juiste, kleinere object wordt afgebakend (het “op maat snijden” van het object).

Additional Metadata
Keywords OZB, WOZ, fiscaal recht
Persistent URL hdl.handle.net/1765/34808
Series Fiscal Autonomy and its Boundaries
Journal Vakstudie Nieuws. Documentatie op het gebied van het Fiscaal Recht
Citation
Monsma, A.P. (2012). 2012, (CPG 11/03395: Artikel 18a AWR ook van toepassing na artikel 25 Wet WOZ). Vakstudie Nieuws. Documentatie op het gebied van het Fiscaal Recht, 29.6, 1–2. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/34808