In Nederland is tot nu toe geen systematische studie verricht naar het voorkomen van resistentie voor antimicrobiële middelen bij bacterien. Deze informatie is van belang voor bet bepalen van de omvang van de bacteriele resistentie en om een uitspraak te kunnen doen over de bruikbaarheid van de gangbare antimicrobiele middelen. Ziekenhuispatiënten en mensen buiten bet ziekenhuis of de open bevolking zijn in verschillende mate aan deze middelen blootgesteld. Studies over de omvang van de resistentie waren dan ook als regel op deze groepen gericht. Onderzoek buiten het ziekenhuis. Onderzoek naar bacteriële resistentie buiten bet ziekenhuis is ongeveer 10 jaar geleden op verschillende plaatsen verricht. Dit onderzoek was beperkt van omvang. In Borneo werden bij een etnisch geisoleerde bevolking in 19% van 128 faecesmonsters coliformen gevonden die resistent waren voor ampicilline, tetracycline, chlooramfenicol, kanamycine of sulfonamide (Davis e.a. 1970), Onderzoek dat met dezelfde techniek ongeveer gelijktijdig bij westerse bevolkingsgroepen werd uitgevoerd, leverde telkens hogere frequenties van resistente bacteriestammen op (Guinee e.a. 1970, Datta e.a. 1971, Linton e.a. 1972). Patiënten, die in Londen een huisartspraktijk bezochten, waren in 30% van de gevallen drager van E. coli starnmen, die resistent waren voor een of meer van zeven onderzochte antimicrobiele middelen. Deze patiënten gebruikten geen antimicrobiele middelen (Datta e.a. 1971). Ongeveer hetzelfde resultaat werd gevonden in Bristol; alleen bleek daar dat bij kinderen vaker dan bij volwassenen en op het platteland vaker dan in de stad resistente stammen werden aangetroffen (Linton e.a. 1972). Bij kantoorpersoneel in Utrecht werd bij 38% tetracycline-resistente E. coli gevonden (Guin8e e.a. 1970). Resistentie die in deze drie studies voor drie in de huisartspraktijk veel gebruikte middelen werd gevonden, is samengevat in tabel I. Het mechanisme van de resistentie bleek in de meeste gevallen te berusten op de aanwezigheid van overdraagbare resistentie- plasmiden (Falkow 1976, Broda 1979). Met deze studies wordt de oorzaak van bet frequent voorkomen van resistentie niet opgehelderd. Of er sprake is van een toename van resistentie ten gevolge van het gebruik van antimicrobi€le middelen is niet duidelijk, omdat er geen gegevens beschikbaar zijn over de frequentie van resistentie in de periode dat bet gebruik van antimicrobiele middelen nag schaars was. Als mogelijke bron van waaruit grate hoeveelheden resistente stammen de open bevolking kunnen bereiken, wordt de intensieve veehouderij genoemd.

Escherichia coli, Netherlands, antimicrobial drugs, bacteriology, resistance
H.A. Valkenburg (Hans) , M.F. Michel
Erasmus University Rotterdam
hdl.handle.net/1765/37581
Erasmus MC: University Medical Center Rotterdam

Degener, J.E. (1983, October 12). Resistentie tegen antimicrobiële middelen van bacteriën voorkomend binnen en buiten het ziekenhuis . Erasmus University Rotterdam. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/37581