Ziekelijk zwaarlijvige mensen hebben door een te grote vetmassa veel lichamelijke, sociale en psychische problemen. Ter definiëring van ziekelijke zwaarlijvigheid wordt een bepaalde percentiellijn gehanteerd ten opzichte van het ideale lichaamsgewicht. Afhankelijk van de formule, index of tabel die men gebruikt, wordt ziekelijke zwaarlijvigheid gedefinieerd als meer dan 180 tot 200% van het ideaalgewicht, hetgeen meestal meer dan 45 kg overgewicht betekent1L63 Ook spreekt men van ziekelijke zwaarlijvigheid indien de Quetelet Index (QI) groter dan 40 is. De QI is het lichaamsgewicht in kilogrammen gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte in meters (kg/m2). Ziekelijke zwaarlijvigheid is zeldzaam in Nederland. Bij een gezondheidsenquête, gehouden door het Centraal Bureau voor de Statistiekl blijkt- na nadere uitwerking en voorzichtige schatting- ongeveer 0.13% van de Nederlandse bevolking in de leeftijd van 18 jaar en ouder een QI van meer dan 40 te hebben. Hiervan behoort 70 tot 80% tot het vrouwelijk geslacht. Ziekelijke zwaarlijvigheid gaat gepaard aan een hoge mortaliteit. Vooral bij jonge mensen met een dergelijk overgewicht is dit het geval. Bij mannen in de leeftijd van 25 tot 34 jaar bleek in een vervolgonderzoek na 7.5 jaar het risico van vroegtijdig overlijden zelfs 12 maal vergroot te zijn. Bij sterke stijging van het lichaamsgewicht wordt, behalve een verhoogde mortaliteitskans, ookeen toename van diverse aandoeningen gezien. Bijvoorbeeld: cardiovasculair lijdens hypertensie, diabetes mellitus, enkele maligniteiten, galblaaspathologie, het syndroom van Pickwick, depressiviteit en een toename van complicaties na traumata en electieve operaties

gastric bypass surgery, obesity, weight loss
J.H.P. Wilson (Paul)
Erasmus University Rotterdam
hdl.handle.net/1765/37796
Erasmus MC: University Medical Center Rotterdam

van Overbeeke, A.J. (1993, December 15). Maagkortsluiting bij ziekelijke zwaarlijvigheid : de effecten van gewichtsafname op de vetmassa, de vetvrije massa, de vetverdeling en de voedingstoestand. Erasmus University Rotterdam. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/37796