Dit artikel bevat een verkenning naar het bewijs in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Na een korte schets van het bewijs in het (punitieve) bestuursrecht komt aan de orde wanneer er sprake kan zijn van bewijs voor de oplegging van een administratieve boete aan een betrokkene. De Wahv-rechter is in beginsel vrij in het waarderen van bewijs. Binnen dit uitgangspunt komt een sterke positie toe aan de op ambtseed opgemaakte verklaring van een aangewezen ambtenaar. Dit is op zichzelf voldoende voor het bewijs van de verweten Wahv-gedraging. Dit laat betrekkelijk weinig ruimte voor overtuigend tegenbewijs door de betrokkene. Deze dient dit tegenbewijs bovendien te onderbouwen met specifieke feiten en omstandigheden die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van de op ambtseed opgemaakte verklaring en die leiden tot de conclusie dat de betrokkene de hem verweten gedraging niet heeft verricht.

verkeersvoorschriften, wegenverkeersrecht
hdl.handle.net/1765/39066
Jurisprudentie Wegenverkeersrecht
Erasmus School of Law

van der Hulst, J.W. (2012). Het bewijs van de verweten gedraging. Jurisprudentie Wegenverkeersrecht, (108), 1–11. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/39066