Belanghebbende is bestuurder van A en heeft een belang in zijn werkgever verworven. De verwerving is in Nederland aangemerkt als loon uit dienstbetrekking. Op grond van een salary split is 15% (€ 167.700; hierna: het voordeel) toegerekend aan de Verenigde Staten (hierna: VS). In geschil is op welke wijze de voorkoming van dubbele belasting over het voordeel moet worden berekend. De rechtbank heeft geoordeeld dat op grond van het belastingverdrag de verrekeningsmethode moet worden toegepast. Echter, in de resolutie van 11 juli 1994 (nr. IFZ 94/779; hierna: de Resolutie) is goedgekeurd dat de vrijstellingsmethode kan worden toegepast 1. in zoverre de beloning in de VS in de belastingheffing is betrokken, én 2. in vergelijking met buitenlandse werknemers geen sprake is van een bijzonder belastingregime. Aangezien in de VS geen belasting is geheven over het voordeel, kan volgens de rechtbank de Resolutie geen toepassing vinden. A-G Niessen is van mening dat de Resolutie niet de eis stelt dat er daadwerkelijk belasting moet zijn geheven, maar vereist dat het voordeel in de ‘heffing is betrokken’. In onderhavige procedure is nog niet vastgesteld of de verwerving van de aandelen in de VS objectief is onderworpen. Verwijzing dient te volgen teneinde vast te stellen of het voordeel in de VS in beginsel in het andere land in de belastinghef-fing wordt betrokken. Het is daarbij niet relevant of belasting wordt geheven. Volgens de advocaat-generaal dient de Resolutie op grond van de doelstelling en de restrictieve bewoor-dingen beperkt te worden uitgelegd en heeft de Resolutie een kwalitatieve toets. De vrijstellingsmethode is alleen aangewezen voor het deel van de bestuurdersbeloning dat in de VS in de heffing is betrokken. De Resolutie strekt er niet toe alle verschillen tussen werknemers en bestuurders weg te nemen. Daar-naast geldt dat als niet duidelijk is hoe een Resolutie moet worden geïnterpreteerd, de uitleg in overeen-stemming met het verdrag prevaleert. Nu het bronland gebruikmaakt van de internationaal erkende voorrang door het hanteren van een smallere basis als grondslag van zijn heffing, kan er geen dubbele belasting ontstaan en is er voor het woonland weinig reden om af te zien van heffing over de uit zo’n land afkomstige inkomsten. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond dient te worden ver-klaard en dat het geding wordt verwezen.

fiscaal recht
hdl.handle.net/1765/40401
Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht
Erasmus School of Law

Molenaar, D. (2013). 2013, 12/02696, (Goedkeurende resolutie over vrijstellingsmethode vereist dat voordeel 'in de heffing is betrokken'). Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht, 914(18), 1–2. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/40401