Een oud Groninger grapje: een ‘Hollandse’ huisarts heeft een boer van het Hogeland als patiënt die aan het eind van zijn leven door een longaandoening moeite heeft met ademhalen. Op de vraag van de huisarts tijdens een huisbezoek: ‘Bent u benauwd vandaag?’, antwoordt de boer met zijn bijna laatste adem: ‘Benauwd? Woarveur dan?’ De anekdote schetst natuurlijk de onwetendheid van Hollanders, maar vooral ook de nuchterheid van de Groninger. Voor een studiedag over vernieuwing op het terrein van smartengeld zou men daarom misschien niet direct aan Groningen denken. Maar wie de jaarlijkse Groninger letselcongressen kent, is niet verbaasd dat dit onderwerp op de agenda is verschenen. En wie weet dat het dit jaar mede in samenwerking met het tijdschrift Verkeersrecht, de nationale bakermat van het smartengeld, is opgezet, verrast het eens te minder. De sprekers zijn overigens bij mijn weten, afgezien van gastheer Fokko Oldenhuis en sinds een paar jaar Albert Verheij, geen van alle Groningers, maar – eveneens voor zover ik weet – doorgaans wel tamelijk nuchter. Niettemin is bij allen bevlogenheid te bespeuren als het gaat om het onderwerp dat hier centraal staat.

aansprakelijkheidsrecht, letselschade, smartengeld
hdl.handle.net/1765/41443
Verkeersrecht
Erasmus School of Law

Lindenbergh, S.D. (2013). De waarde van smartengeld, Uitleiding. Verkeersrecht, 2013(97), 1–5. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/41443