Samenvatting
Een van de mogelijkheden om de schade van wanbestuur te beperken, is het aansprakelijk stellen van de bestuurders die deze schade hebben veroorzaakt. Waar de mogelijkheid van een externe aansprakelijkheidsprocedure veelvuldig wordt benut, lijkt het veel minder vaak voor te komen dat een interne aansprakelijkheidsprocedure wordt gestart, door de rechtspersoon tegen de eigen (ex-)bestuurders. In deze bijdrage brengen wij daarom de redenen in kaart die meespelen in de beslissing om bestuurders al dan niet aansprakelijk te stellen. Inzicht in de beweegredenen van betrokkenen kan licht werpen op de werking van artikel 2:9 BW in de praktijk, en op eventuele belemmeringen die aan het aansprakelijk stellen in de weg staan. Daarmee kan een indruk ontstaan van de wijze waarop de beoogde functies van interne bestuurdersaansprakelijkheid in de praktijk worden vervuld.

Additional Metadata
ISBN 978-90-8974-812-6
Persistent URL hdl.handle.net/1765/50240
Citation
van de Bunt, H.G, van Erp, J.G, Eshuis, R.J.J, Holvast, N.L, & Pham, N.T. (2013). Bestuurdersaansprakelijkheid in de praktijk. In W.H. van Boom, I. Giessen & A.J. Verheij (Eds.), Capita civilologie: Handboek empirie en privaatrecht (Civilology Series, 6) (pp. 925–946). Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/50240