Jaarlijks trekken diverse toeristen Transsylvanië binnen, op zoek naar sporen van Graaf Dracula. Zij worden gedreven door Bram Stokers Dracula (1897) of een van de vele verfilmingen uit de 20ste en 21ste eeuw. In dit artikel is onderzocht waarom mensen de behoefte hebben om fictieve verhalen, zoals Dracula, te verbinden met fysieke, herleidbare locaties, en waarom zij deze locaties vervolgens zelf willen bezoeken. Op basis van participerende observatie tijdens twee Dracula Tours en eenentwintig diepte-interviews, wordt geconcludeerd dat de innerlijke beleving van de Dracula-toerist getypeerd wordt door een dynamiek tussen twee, deels tegenovergestelde processen. Enerzijds worden Dracula-toeristen gedreven door de wens om een concrete vergelijking te maken tussen het landschap dat zij bezoeken en het beeld dat zij van dat landschap hebben gevormd op basis van het boek of de films. Anderzijds wordt de rationele benadering van het willen traceren en willen vergelijken van werkelijkheid en verbeelding gecontrasteerd met een meer intuïtief, emotioneel verlangen naar een tijdelijk symbiose tussen beide werelden. Beide processen hebben een uitgesproken fysiek karakter. Zij vinden plaats door middel van een zintuiglijke waarneming van de lokale omgeving en leiden tot een gemeenschappelijk doel: de verankering van verbeelding in de fysieke werkelijkheid.

, ,
hdl.handle.net/1765/50272
Vrijetijdstudies

Reijnders, S.L. (2010). Op zoek naar Dracula: Plaatsen van verbeelding in Transsylvanië en Whitby. Vrijetijdstudies, 28(2), 7–22. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/50272