Volgens veel filosofen is ‘waarheid’ een eigenschap van bepaalde ideeën die we hebben, het is niet iets dat we zelf kunnen maken. In mijn bijdrage neem ik één wijsgerig terrein waarop wijzelf onze eigen waarheden kunnen creëren nader onder de loep: dat van ons denken over het agnosticisme, ook wel het geloofsdebat genoemd. Op de een of andere manier en in allerlei gedaanten steekt deze discussie steeds weer de kop in de geschiedenis van onze maatschappij, in haar religie, literatuur, wetenschap en wijsbegeerte. Als voorbeeld van het actuele debat over agnosticisme bediscussieer ik een aantal stellingen uit een recent boek van de Nederlandse verlichtingsfilosoof Herman Philipse, Verlichtingsfundamentalisme?, maar ik had ook Jonathan Israels Radical Enlightenment als voorbeeld kunnen nemen. Beide boeken kampen met een probleem dat zich nog het beste omschrijven laat door de woorden van Cornelis Verhoeven uit Rondom de Leegte te parafraseren: ‘Wie voortijdig de horizon dichtgrendelt met een concreet atheïsme, werkt de formulering van een godsbeeld ongewild in de hand’. Uiteindelijk draait dit debat om de vraag of mensen het recht hebben in iets te geloven, zonder dat dat wetenschappelijk verantwoord zou zijn, zoals de verlichtingsdenkers willen. Mijn antwoord daarop is: “Ja, gelukkig wel”.

Donner, Kinneging, conatie, pragmatisme, verlichtingsdenken
hdl.handle.net/1765/7128
Filosofiedag 2005
Erasmus School of Philosophy

Gerritsen, R. (2005). Donner en de verlichtingsdenkers. Filosofiedag 2005. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/7128