Deze beslissing bevat drie oordelen. Voor de onrechtmatigheid van het handelen van de Staat (Bureau Bibob), dat onafhankelijk moet worden beoordeeld van het op basis daarvan door de gemeente genomen besluit, geldt ‘gewoon’ de maatschappelijke zorgvuldigheid, en geen hogere drempel, als toetssteen (rov. 3.5). Dat de kosten die Music heeft gemaakt mede het gevolg zijn van het handelen van de gemeente staat er niet aan in de weg dat zij (ook) als gevolg van het handelen van de Staat aan de Staat worden toegerekend (rov. 3.6.2). En het proceskostenforfait van 8:75 Awb staat er niet aan in de weg dat kosten die daarboven uitstijgen worden verhaald op een hoofdelijk verbonden derde, i.c. de Staat (rov. 3.7). Tot dat laatste oordeel – m.i. het meest markante – beperk ik mij hierna.

hdl.handle.net/1765/77725
Nederlandse Jurisprudentie: Uitspraken in burgerlijke en strafzaken, verschijnt sinds 1 januari 1913
Civil Law - Sectie Burgerlijk Recht

Lindenbergh, S.D. (2014). Noot onder HR 23 mei 2014, 13/02198 (Music/Staat). Nederlandse Jurisprudentie: Uitspraken in burgerlijke en strafzaken, verschijnt sinds 1 januari 1913, 387. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/77725