Abstract

De bestuursrechter, de belastingrechter en de strafrechter waren al voorgegaan en het wachten was nog op een uitspraak van de hoogste civiele rechter: hoe moet worden omgegaan met schending van de redelijke termijn voor berechting van een geschil in de zin van artikel 6 EVRM door de civiele rechter? Het gaat hier om een kwestie die wordt ‘aangestuurd’ vanuit Straatsburg, waar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) onder meer waakt over behoorlijke rechtspleging. Een van de elementen van die behoorlijkheid is het verloop van de gerechtelijke procedure binnen een redelijke termijn.1 In een lange reeks van rechtspraak heeft het EHRM de in artikel 6 EVRM neergelegde verplichting om binnen een redelijke termijn een gerechtelijke procedure af te ronden versterkt met een compensatieplicht – het EHRM spreekt van ‘billijke genoegdoening’ – voor de overheid in gevallen waarin de procedure te lang heeft geduurd.2 In Nederland is die verplichting door de rechter voor verschillende rechtsgebieden (bestuursrecht, strafrecht) uitgewerkt.3 Het onderhavige arrest is van belang, omdat de Hoge Raad hierin beslist hoe met de vergoeding wegens schending van de redelijke termijn door de civiele rechter moet worden omgegaan. Dit arrest is ook het opmerken waard, omdat het bij uitstek illustreert hoe het Europese mensenrechtenverdrag doorwerkt in het nationale privaatrecht, hoe de verplichtingen uit het verdrag technisch moeten worden ingepast in het civiele recht, maar bovendien hoe zij een soort inktvlekwerking hebben op dat recht.

Additional Metadata
Keywords privaatrecht, civiel recht, EHRM
Persistent URL hdl.handle.net/1765/77726
Journal Ars Aequi: juridisch studentenblad
Citation
Lindenbergh, S.D. (2014). Effectieve remedie bij overschrijding redelijke termijn in civilibus. Effectieve remedie bij overschrijding redelijke termijn in civilibus, 636–642. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/77726