Samenvatting

De afgelopen decennia heeft Nederland te maken gehad met een forse opschaling van publieke voorzieningen. De kleinschaligheid, zoals we die kennen uit de jaren vijftig en zestig in de vorige eeuw, heeft plaatsgemaakt voor grootschaligheid. Deze ontwikkeling is deels het gevolg van bewuste beleidskeuzes (onderwijs, politie), soms een neveneffect van beleidskeuzes die gericht waren op andere doelen (ziekenhuizen). De schaalvergroting is in veel gevallen tot stand gekomen via fusiegolven. In een aantal situaties is echter ook sprake van een sluipend proces. Het gaat hier om voorzieningen die wat betreft aanbod (het aantal instellingen) nauwelijks veranderden, maar die door de toegenomen vraag sterk in omvang zijn gegroeid (wetenschappelijk onderwijs).

De vraag ligt voor de hand of dit een wenselijke ontwikkeling geweest is. Bestaat er zoiets als een optimale schaal en welke overwegingen spelen daarbij een rol? Deze beschouwing reflecteert op dit soort vragen zonder de pretentie daarbij klip-en-klare antwoorden op te geven. Het bespreekt theorie├źn, signaleert bedenkelijke ontwikkelingen en inventariseert beschikbare wetenschappelijke kennis op dit terrein. Deze reflectie richt zich met name op de effecten van schaalvergroting op de productiviteit van de publieke dienstverlening. Schaalvergroting wordt immers bijna altijd gemotiveerd met een verwijzing naar productiviteit: meer kwaliteit en dienstverlening voor hetzelfde geld (of vice versa: hetzelfde blijven doen met minder geld). De hoofdvraag luidt:

Heeft de schaalvergroting in de publieke sector in de afgelopen decennia tot een verbetering van de productiviteit geleid?

Iets anders geformuleerd zou de vraag kunnen luiden of het schaalvergrotingsbeleid zijn (economische) doel heeft bereikt of dat hier sprake is geweest van illusoir beleid.

Om de hoofdvraag te kunnen beantwoorden, is het goed om de volgende nevenvragen te beantwoorden:

  1. Welke theoretische overwegingen zitten achter schaalvergroting?
  2. Is dit soort overwegingen universeel en algemeen toepasbaar?
  3. Wat weten we hier eigenlijk over uit empirisch onderzoek?
  4. Welke trends in de schaal hebben zich in Nederland in de afgelopen decennia voorgedaan?
  5. Hoe verhouden deze trends zich tot de resultaten uit empirisch onderzoek?
,
hdl.handle.net/1765/78624
Publicatiereeks arbeid & overheid
Erasmus School of Social and Behavioural Sciences

Blank, J. (2015, September 4). Illusies over fusies. Publicatiereeks arbeid & overheid. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/78624