Met de onderhavige uitspraak heeft het Hof Amsterdam de WCAM-overeenkomst tussen de curatoren in het faillissement van DSB Bank, negen verzekeraars en drie belangenorganisaties verbindend verklaard. Dat betekent dat (voormalige) klanten van DSB Bank die bij of middels de bank bepaalde financiële producten hebben afgesloten (kredieten, koopsompolissen, beleggingsverzekeringen en effectenbeleningsovereenkomsten) compensatie kunnen ontvangen voor schade die zij hebben geleden door het handelen of nalaten van DSB Bank en/of de aanbieders van die producten, tenzij klanten zich op uiterlijk 8 mei 2015 middels een opt-outverklaring “afmelden” voor deelname aan de overeenkomst. Aan de onderhavige beschikking gingen twee tussenbeschikkingen vooraf. Naar aanleiding van de bezwaren van het hof in de tweede tussenbeschikking hebben verzoekers de overeenkomst deels aangepast. De overwegingen van het hof over de klachtplicht van benadeelden hebben verzoekers naast zich neergelegd. Desondanks oordeelt het hof in de onderhavige eindbeschikking dat de aangepaste overeenkomst, in haar geheel bezien, op een relatief eenvoudige, snelle, goedkope en risicoloze wijze een redelijke compensatie biedt aan de klanten van DSB Bank

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/79332
Citation
Tillema, I. (2015). Ja 2015, 1 (annotatie bij ECLI:NL:GHAMS:2014:4560). Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/79332