De relativering van rechtsnormen in privaat- en bestuursrecht roept tal van theoretische vragen op die in de rechtsgeleerde literatuur tot nog toe sterk onderbelicht zijn gebleven. Vertegenwoordigen wettelijke normen en algemene juridische beginselen een zelfstandige, ten opzichte van het gewone maatschappelijk leven geabstraheerde waarde, of dienen zij steeds te worden bezien in het licht van de belangen en sociale verhoudingen waarop zij concreet betrekking hebben? Dient het bestuursrecht zich in ieder geval deels te blijven richten op de abstracte rechtshandhaving erga omnes, of zou het zich moeten omvormen tot een stelsel dat zich – niet anders dan het privaatrecht – in beginsel oriënteert op de vaststelling van rechtsposities inter partes? De introductie van de relativiteitseis in het bestuursrecht is een belangrijk moment in de verschuiving van ‘toepassings-’ naar ‘belangenjurisdictie’ die voor de ontwikkeling van het huidige bestuursrecht kenmerkend is. Waar het ‘klassieke’ bestuursrecht zich in de eerste plaats richt op objectieve rechtshandhaving, concentreert het ‘moderne’ bestuursrecht zich veeleer op de vaststelling van de onderlinge rechtsposities van concrete partijen. Het privaatrecht maakte die ontwikkeling al eerder door; de opkomst van de privaatrechtelijke relativiteitsleer in het interbellum hangt er direct mee samen. De historische ontwikkeling van de privaatrechtelijke leer laat zien dat toepassing van de relativiteitseis draait om een precaire balans tussen ‘klassieke’ en ‘moderne’ uitgangspunten die geen van beide veronachtzaamd dienen te worden. Voor het bestuursrecht geldt dat evenzeer als voor het privaatrecht. Desalniettemin is een bestuursrechtelijke relativiteitsleer nodig die zich niet zomaar spiegelt aan zijn privaatrechtelijke pendant, maar recht doet aan de eigen aard van bestuursrechtelijke verhoudingen.

Additional Metadata
Persistent URL hdl.handle.net/1765/99239
Journal Rechtsgeleerd Magazijn Themis: algemeen juridisch tijdschrift met literaturroverzicht
Note Dit artikel bouwt voort op hoofdstuk 8 van het in Utrecht verdedigde proefschrift Bestuursrecht tussen autonomie en verhouding : naar een relationeel bestuursrecht (Den Haag: Boom juridisch 2016).
Citation
van den Berge, L. (2017). 'Rechtmatig tegenover den een, onrechtmatig tegenover den ander'. Rechtsgeleerd Magazijn Themis: algemeen juridisch tijdschrift met literaturroverzicht, 178(2), 43–55. Retrieved from http://hdl.handle.net/1765/99239